Trainen met Zwift is niet alleen maar een spelletje. Steeds meer profs zien ook het voordeel van het trainen met Zwift. Sommigen doen het voor het plezier, anderen als vervanging voor een wegtraining of om te herstellen van een blessure.

Herstellen met Zwift
Het feit dat je niet hoeft te sturen of op verkeer hoeft te letten heeft een groot voordeel voor renners met een blessure. Een goed voorbeeld daarvan is de Australische Mathew Hayman. Hij brak vorig jaar zes weken voor Parijs-Roubaix zijn arm tijdens de Omloop het Nieuwsblad. In die zes weken heeft hij niet stil gezeten, maar heeft zijn training doorgezet met Zwift. Met zijn arm in het gips legde hij de basis voor wat resulteerde in deheroïsche winst van de Hel van het Noorden. Hayman heeft op dit moment 3.658 virtuele kilometer gereden en meer dan 106 uur online kilometers gemaakt.

Ook onze eigen Nederlandse Laurens ten Dam heeft vele uren in zijn kelder doorgebracht om virtueel te trainen. Nadat Ten Dam werd aangereden tijdens een training moest hij op een andere manier trainen om te herstellen. Dit deed hij in zijn eigen kelder, maar samen met vele anderen op Zwift. Ten Dam heeft in zijn virtuele trainingen meer dan 2700 kilometer gereden en rijd nog steeds graag een ritje over het eiland Watopia.

Training voor wereldkampioenen
Zwift word niet alleen gebruikt om te herstellen, ook meerdere (voormalig) wereldkampioenen trainen virtueel met Zwift. Regerend wereldkampioene op de mountainbike Annika Langvad gebruikt het voor trainingen.  Voormalig wereldkampioen op de weg Michal Kwiatkowski heeft ook al aardig wat virtuele kilometers afgelegd.

Profs
Als je zelf je trainingen afwerkt op Zwift heb je een redelijke kans dat je profs tegen komt. Andrew Talansky rijdt sinds begin dit jaar bijna iedere dag een training en ook Warren Barguil kun je tegenkomen. Naast de internationale profs kun je ook onze eigen Nederlandse renners tegen komen. Naast Laurens ten Dam kun je ook renners als Tom Dumoulin, Theo Bos of Robert Gesink tegen komen.

 

Foto: NOS